De Konijnenbelt

 

Konijnenbeltsmolen na restauratie officieel in gebruik

OMMEN - Twee ingrijpende restauraties op rij zijn voor de Stichting Ommer Molens aanleiding om de ingebruiksstelling van de Konijnenbeltsmolen een feestelijk tintje te geven. Zaterdag 10 oktober 2015 om 14.00 uur zal wethouder Ko Scheele in de molen aan de Zwolseweg 5 in Ommen de officiële openingshandeling verrichten.

De ruim twee eeuwen oude monumentale korenmolen is op 16 augustus 2014 vleugellam geraakt, omdat één van de vier wieken door een valse wind op de rieten kap van de molen kapot is geslagen. Daardoor heeft de molen bijna een jaar niet kunnen draaien. Dit ongeval was opmerkelijk omdat de Konijnenbeltsmolen juist enkele maanden eerder na een ingrijpende restauratie weer draaivaardig was. Zo’n drie jaar geleden leek het niet langer verantwoord om met het stokoude gevlucht van de molen nog te draaien. De Konijenbeltsmolen werd dan ook aan “de ketting gelegd”. Er volgde een restauratie. Echter, kort na deze restauratie liep de molen grote schade op. En opnieuw raakte de molen uit de roulatie. Dankzij de gemeente, als eigenaar van de molen, kwam er ook opnieuw geld beschikbaar voor restauratie. De kapotte wiek werd met een hoogwerker van de kop van de molen gehaald en op een vrachtwagen naar een restaurateur in Aalten gebracht. De wiek is weer teruggeplaatst en ook het rieten dak en de as in de molen zijn onder handen genomen. Bovendien zijn maatregelen genomen om de molen weer op een veilige en verantwoorde manier te kunnen laten draaien.

De molenaars en het bestuur van de Stichting Ommer Molens zijn blij met het resultaat. Daarom wordt een officieel tintje gegeven aan de ingebruiksstelling van de molen. Dit jaar viert de ‘Stichting Ommer Molens’ dat het zich 20 jaar inzet voor het beheer en onderhoud van drie Ommer molens: de Konijnenbeltsmolen, molen Den Oord en de Besthmenermolen.

De geschiedenis van de oudste molen in Ommen

De Konijenbeltsmolen is de oudste molen in de gemeente Ommen. In 1806 werd deze molen, afkomstig uit de Zaanstreek, door Hendrik Konijnenbelt (1772 – 1814) op deze plek herbouwd. Net als in de Zaanstreek deed de molen tot 1860 dienst als olie- en pelmolen. Het ambachtelijk molenaarsvak is tot 1914 door de familie Konijnenbelt op de molen aan de Zwolseweg uitgeoefend. Vandaar ook dat deze familienaam gekoppeld is aan de molen.

Toen Hendrik Konijnenbelt in 1814 stierf zette zijn weduwe, Susanna Keizer het bedrijf voort. Later geholpen door haar 14-jarige zoon Lambert Jan. Zij kreeg in 1820 toestemming op “hare mole staande in Ommen voor de brugge” koren te malen. In het zelfde jaar werd het maalwerk aangebracht. De weduwe bleef eigenaresse van de molen en zoon Lambert Jan kwam in 1820 bij haar in dienst. In 1834 kwam de molen in handen van Lambert Jan. Daar hij uit zijn  huwelijk met Hendrikje Oldeman alleen dochters had en geen opvolger, werd vervolgens Gerrit Konijnenbelt (1832 – 1885) molenaar op de molen. Gerrit was een zoon van Lambert Jan’s broer Jan Konijnenbelt en Gerridina ten Tooren. Na Gerrit Konijnenbelt, die in 1867 in de molenaarswoning ging wonen, werd de molen in 1869 overgenomen door zijn zonen Jan- en Gerrit Konijnenbelt. Vader Gerrit Konijnenbelt ging weer terug naar de Kruisstraat, vanwaar hij ook gekomen was om het vak van kruidenier weer op te pakken. Zijn drie dochters Jansje, Catharina en Johanna bleven in de molenaarswoning wonen, het huidige adres Zwolseweg 1. De molenaars Jan- en Gerrit hadden beiden geen opvolger en verkochten de molen in 1914 aan Jan Spiekman, die een petroleummotor plaatste om niet meer afhankelijk te zijn van de wind.

Coöperatie

In die tijd begon de coöperatieve gedachte, vooral in de landbouw, ook in Ommen op te komen: “Voor en met elkaar”. Door de toenemende concurrentie was Jan Spiekman in 1920 genoodzaakt de molen te verkopen aan de Coöperatieve Landbouw Aan- en verkoopvereniging “Ommen en Omstreken”.  De petroleummotor werd vervangen door een 40 PK ruwoliemotor. Deze maakte een flinke capaciteitsuitbreiding mogelijk. In 1927 kon er met vier maalkoppels gemalen worden en werden er een koekenbreker, Jakobsladder, lui- en builwerk door de motor aangedreven. Na 1930 bleven de wieken helemaal stil omdat werd overgestapt op elektriciteit. De graankorrels konden vermalen worden zonder windkracht.  Aan de buitenkant van de molen verschenen in de loop der jaren grote silo’s, een maalderij, loodsen en werd kantoorruimte aangebouwd.

Restauratie

In 1976 werd de molen aangekocht door de gemeente Ommen en een start gemaakt met een grondige restauratie. Door de langdurige stilstand was de molen sterk in verval geraakt. Na de verhuizing van de Coöperatie in 1982 naar De Strangen werden silo’s en kantoorruimten er omheen afgebroken. De molen dreigde toen in elkaar te zakken. De molen werd versterkt met ijzeren balken en trekstangen en hierdoor weer stevig genoeg om te kunnen draaien. Later volgden een nieuwe staart, schoren en spruiten en werd de stelling vernieuwd. Bij deze restauratie werd echter “het gaande werk” niet hersteld. De molen kan alleen “voor de Prins draaien”: er is geen maalwerk meer aanwezig.

In 1990 is rond de Konijnenbeltsmolen het appartementencomplex “Molenerf” gebouwd. Deze past niet goed bij de biotoop van de molen en vormt dan ook een flinke windbelemmering. Gevolg is dat de Konijnenbeltmolen waarschijnlijk nooit meer maalvaardig zal worden.

Bron: Harry Woertink



De molenaars Gerrit- en Jan Konijnenbelt bij de molen, met in hun midden molenaarsknecht J.H. Nijhuis. Verder de echtgenote van Jan Konijnenbelt. Met paard en wagen is vrachtrijder H. Steen. Rechts Johanna Konijnenbelt. Links de vroegere woning, Zwolseweg 4, waar tot 1957 Willem Veldsink woonde; later kantoor van de Coöperatie.

Foto circa 1915

Voor meer (oude) foto’s: www.oudommen.nl